"Wat is thee nu eigenlijk precies."
 Thee komt van de theebladeren van een groenblijvende struik of boom. De basis is de Camellia en daarvan bestaan er twee varianten: de Chinese en de Indiase. De Chinese is de Camellia sinensis. Dit is een struik die hooguit 4 meter hoog wordt als je hem niet snoeit. De blaadjes van de struik zijn klein en zacht. De variant uit India heet Camellia Assamica. Dit is eigenlijk geen theestruik maar een theeboom en kan wel 20 meter hoog worden. Het blad van de Assamica is groter en stugger. Er zijn in de loop der tijd heel wat kruisingen bijgekomen, die ten doel hadden om de plant beter bestand te maken tegen vorst of om de gevoeligheid voor ziektes te verminderen. De blaadjes van de theeplant blijven het hele jaar groen en hebben een glanzend laagje. Theeplanten vormen mooie witte bloemen. Die worden verder niet gebruikt bij de thee-productie. Datzelfde geldt voor de bessen waar de zaadjes in zitten.
 

Groenethee van het merk Tze Tji Chun komt uit Taiwan

In heel Azië is bekend dat Taiwan-thee een superieure kwaliteit heeft. De kwaliteit van de grondsoort en het lokale klimaat zijn daar in grote mate bepalend voor, maar ook de theeboeren zelf zijn belangrijk. Veel Taiwanese families komen oorspronkelijk uit Fujian in China. Die provincie ligt direct naast Taiwan. Van daaruit een “stukje” zwemmen naar het oosten en je bent er. Veel van die oorspronkelijk in Fujian opgegroeide Chinese families zijn in het verleden naar Taiwan getrokken en hebben toen de Camellia sinensis en de kennis van het verbouwen en produceren van thee in Taiwan geïntroduceerd. De theeblaadjes worden in Taiwan ook heel economisch tot bolletjes (oolong) gedraaid, en wel zodanig dat de blaadjes toch heel blijven. En dat laatste is voor de kwaliteit van de thee weer heel erg belangrijk, want zodra het theeblad breekt of wordt gesneden krijgt het een bittere smaak.Vandaar dat theezakjes met groene thee vaak bitter smaken.

Met Tze Tji Chun groene thee trekt u thee van hele blaadjes, is niet bitter en juist bijzonder zacht van smaak!

 

Het productieproces begint met het verwelken

Vroeger werden de bladeren geschud in bamboe mandjes waardoor de randen van de bladeren licht werden gekneusd. Tegenwoordig gebeurt dat met machines in een grote ronddraaiende trommel. Tijdens het ronddraaien beschadigt de buitenkant van het blad enigzins en komt er zuurstof bij. Tze Tji Chun is een gedeeltelijk geoxideerde thee.

Na deze gedeeltelijke oxidatie is het tijd om de bladeren te vuren. Voor een licht geoxideerde thee als Tze Tji Chun is dit de hele behandeling, waarna de blaadjes kunnen drogen.

Het rollen van de blaadjes zorgt ervoor dat er sappen vrijkomen die van invloed zijn op de uiteindelijke smaak. De blaadjes krijgen niet de gelegenheid om helemaal te drogen en worden een paar keer gerold. Het blad blijft helemaal intact en levert losse thee op. Soms wordt de thee ook nog geroosterd. Door het korte droogproces in de oven stopt de oxidatie en daardoor blijven de blaadjes mooi groen.

Het zetten van thee

Onze handige theefilters bestaan uit 3 onderdelen: de theebeker, de theefilter en het deksel. En die hebben alle 3 een functie. De theebeker is uiteraard om de thee uit te drinken. De filter wordt gebruikt om de thee mee te zetten en het deksel fungeert als onderzetter om de filter te plaatsen na het zetten van de thee. 

In volgorde: neem eerst de filter en doe daar 1 maatlepel van onze theebolleltjes in. Vervolgens plaatst u de filter met de theebolletjes in de theebeker. Veel groene thee wordt gezet bij een temperatuur van 75 of 80 graden Celsius. Tze Tji Chun is echter veel vriendelijker in het gebruik als het gaat om de temperatuur waarmee de thee wordt gezet: omdat het hele blaadjes zijn kunnen ze 100 graden Celsius (gekookt water) verdragen. Dat is ook aan te raden, want de bolletjes ontvouwen zich daardoor ook sneller tot blaadjes. U schenkt nu het kokende water op de thee, totdat de theebeker helemaal is gevuld. Let op: dus niet eerst het theewater in de theebeker doen en daarna pas de filter plaatsen. Dan loopt u het risico dat het water over de rand van de theebeker op uw mooie tafel terecht komt. Dus eerst de filter met de thee plaatsen en daarna pas water opgieten. Na 1 á 2 minuten trektijd kunt u de filter op het dekseltje van de theebeker plaatsen. Na het drinken van de thee kunt u dezelfde blaadjes nog tot ca. 4 keer met gekookt water opgieten (bij hergebruik volstaat steeds 1 minuut trektijd). Als u op deze wijze diezelfde dag minder dan 5 theebekers thee drinkt dan kunt u de filter met de theeblaadjes afsluiten met de deksel en in de koelkast plaatsen voor hergebruik de volgende dag.

Thee is thee!

Maar elk land waar thee verbouwd wordt heeft zo zijn eigen verhaal, met zijn eigen gebruiken en rituelen. Ook over het ontstaan van de thee doen verschillende verhalen de ronde. Zo wil ieder theeproducerend land de ontdekking van thee graag claimen.
Volgens de Chinezen gaat het verhaal als volgt:

Rond 2700 voor Christus stond de keizer Shen Yung van China bekend als een geleerd man en kruidenkenner. Van hem was bekend dat hij uitsluitend gekookt water dronk omdat het hygiënisch was en gezond. In Azië worden drankjes nog steeds bij voorkeur warm gedronken. Bij toeval blies de wind op een dag een aantal theeblaadjes in zijn pot met kokend water. Deze blaadjes kleurden het water goudbruin en de keizer ontdekte een aangenaam, opwekkend drankje. Thee, Cha voor de Chinezen, was geboren.
Japanners hebben een eigen overlevering:

Ongeveer 500 jaar na Christus gaat een Japanse boeddhistische pelgrim op reis naar China. De missionaris, Bodhiharma, was van plan om zeven jaar te mediteren zonder daarbij te slapen. Het verhaal wil dat hem dat zes jaar lang lukte. Door oververmoeidheid viel hij daarna in slaap. Toen hij bij het ontwaken ontdekte dat hij in slaap was gevallen was hij zo boos op zichzelf dat hij zijn beide oogleden afsneed en die op de grond gooide. Een logische gedachte, omdat hij verwachtte zonder oogleden niet meer in slaap te zullen vallen. De oogleden die hij op de grond had gegooid kregen wortels en uit elk ooglid groeide een struik met groene blaadjes. In Japan betekent het schriftteken ‘cha’ dan ook zowel thee als ooglid.
Ook India kent zijn eigen verhaal over het ontstaan van de thee

De Indiase monnik Darma maakt in de vierde eeuw na Christus een zeven-jarige pelgrimstocht naar China. Ook hij stelde zich ten doel tijdens zijn pelgrimstocht niet te gaan slapen. Op een dag wandelde hij, tussen wat later theestruiken bleken te zijn en kauwde hij op een aantal theeblaadjes. Hij kreeg daarvan zoveel energie dat hij zonder moeite zijn reis kon vervolgen zonder daarbij kostbare tijd te verspillen aan nachtrust.
In alle 3 de verhalen komt terug dat China het land is waar de theestruik het eerste groeide. 

We kunnen daarmee China zien als het land van oorsprong en ook het land waar thee voor het eerst werd gecultiveerd als drank met bijbehorende rituelen.